drtisscher.org









































































































































































































































Richtlijnen bij het volgen van een voedingsanalyse.

Algemeen

Indien u er niet voor gemotiveerd bent moet u er niet aan beginnen.

Indien u allergisch bent of in de familie allergische ziekten voorkomen is de kans groot dat het ziektebeeld mede veroorzaakt wordt of verslechterd bij het gebruik van bepaalde voedings-middelen.

Indien een chronisch klachtenpatroon verdwijnt en met het verdwijnen hiervan de spier- en gewrichtsklachten ontstaan dan moet ook rekening gehouden worden met een voedingsintolerantie. Bijvoorbeeld het verdwijnen van dauwworm, maag- darmklachten of astmatische bronchitis als kind of het verdwijnen van migraine op oudere leeftijd en het ontstaan van spier- en gewrichtsklachten daarna. Er moet dan rekening gehouden worden met een voedingsintolerantie
of -allergie.

Het laboratoriumonderzoek heeft een zeer beperkte waarde. De voedingsallergenen kunnen via een priktest of een injectie in de huid (i.c.) een huidreactie teweeg brengen. Het is wetenschappelijk meerdere malen bewezen dat een positieve huidreactie op een voedingsallergeen slechts in 25% van de gevallen inderdaad in overeenstemming is met het reactiepatroon indien het betreffende voedingsmiddel wordt gegeten. Een dieet gebaseerd op het mijden van de voedingsmiddelen die een positieve huidtest geven noemt men een huidtest-negatief-basisdieet. Het IgE-gehalte van het serum (bloedtest) wat bij hooikoorts en astmatische bronchitis vaak positief is en een redelijk goede correlatie heeft van ongeveer 48% blijkt bij personen met chronische spier- en gewrichtsklachten en voornamelijk bij reumatoïde arthritis binnen de normalewaarde te vallen. Indien in het bloed een positieve IgE ten opzichte van een voedingsmiddel wordt vastgesteld, dan betekent het nog niet dat de persoon voor het betreffende voedingsmiddel allergisch is. Dat weet je pas indien het betreffende voedingsmiddel doelbewust gegeten wordt.

De basofiele degranulatie-test (bloedtest).
Heeft ook een beperkte waarde. Ook hier moet via een provocatie met het betreffende voedingsmiddel nagegaan worden of je het voedingsmiddel wel dan niet kan verdragen.

De metabolie intolerantie test (m.i.t.) (bloedtest).
Via deze methode worden de witte bloedlichaampjes in contact gebracht met voedingsallergenen. Indien de witte bloedlichaampjes afsterven wordt aangenomen dat het betreffende voedingsmiddel niet verdragen wordt. Het heeft een zeer betrekkelijke waarde. Naarmate de lichamelijke conditie slechter is geeft de test een sterk positieve uitslag.

Tijdens de voedingsanlayse leert de patiënt om te onderscheiden van welke voedingsmiddelen hij wel en van welke hij geen klachten krijgt. De voedingsanalyse is te verdelen in drie fasen:

Fase 1.
De patiënt klachtenvrij maken door hem een basisdieet te laten volgen. De meeste patiënten worden nooit helemaal klachtenvrij. Er blijft een basispijn over.

Fase 2.
De voedingsmiddelen die niet in het basisdieet voorkomen afzonderlijk testen op allergische reacties.

Fase 3.
Controle. De verdachte voedingsmiddelen nogmaals uittesten en nog strikter nagaan wat de tijdsduur is tussen het nuttigen van het voedingsmiddel en het tijdstip waarop het klachtenpatroon ontstaat.

Fase 1: Het basisdieet
Onder een basisdieet wordt verstaan een groep voedingsmiddelen die gedurende enkele weken genuttigd worden en waarop het klachtenpatroon van de patiënt duidelijk afneemt of geheel verdwijnt.

Er zijn verschillende mogelijheden:
1) Het klachtenpatroon-afhankelijke basisdieet
2) Het huidtest-negatieve-basisdieet
3) Het cijfertjes basisdieet (Tisscher)
4) Het soja-dieet (Rowe)
5) Het vastenperiode op bronwater (Renkel)
6) Klinische milieu hygiëne analyse
Hierbij wordt naast de vastenperiode op bronwater ook nog de reacties op chemicaliën en luchtverontreiniging nagetrokken.

De duur van een basisdieet is twee weken. Voor de vastenperiode op bronwater vier of vijf dagen.

DE VOEDINGSANAYLSE

Fase 2: Het testen van voedingsmiddelen
Wanneer de klachten duidelijk verminderd of verdwenen zijn kan begonnen worden met het afzonderlijk uittesten van de voedingsmiddelen die in het normale eetpatroon van de patiënt voorkomen. Men observeert en noteert welke voedingsmiddelen geen, welke weinig en welke veel en heftige reacties veroorzaken. Verder wordt er genoteerd wat de reacties zijn wanneer ze optreden en hoe lang ze aanhouden
Voedingsmiddelen die gewoonlijk dagelijks of meerdere malen per week gegeten worden, moeten gedurende drie dagen getest te worden. Producten die minder frequent gegeten worden hoeven slechts een dag getest te worden. De patiënt moet verspreid over de dag veel van de testvoeding eten. Het is belangrijk dat pure voedingsmiddelen worden getest en dat er gewerkt wordt met schoon materiaal. door sporen van andere voedingsmiddelen zou het reactiepatroon een vertekend beeld kunnen geven. De totale voedingsanalyse neemt ongeveer een halfjaar tot een jaar in beslag.

Fase 3: Controle.
Wanneer een voedingsmiddel bij de eerste test reacties veroorzaakt wordt het voorlopig gemeden. Later moet het product nog minstens twee maal getest worden eventueel blind door het te verstoppen in een combinatie met een ander voedingsmiddel om het psychisch reageren op voedingsmiddelen uit te sluiten.

De reacties op testvoeding.
Bij de uitbreiding met voedingsmiddelen na een vastenperiode op water moet de patiënt rekening houden met ernstige reuma aanvallen die soms gepaard gaan met koortspieken en bedlegerigheid. Daarom mag de voedingsanalyse alleen plaatsvinden onder begeleiding van een arts. Meestal staat een toename van de pijn op de voorgrond. Toename van de gewrichtsstijfheid of zwelling wordt minder vaak waargenomen. Daarnaast kunnen ook andere klachten die bij de patiënt aanwezig zijn opflakkeren.

REACTIETYPEN

Indien gelet wordt op de snelheid waarop het klachtenpatroon ontstaat na het nuttigen van het gewraakte voedingsmiddel kan men de reactiepatronen globaal als volgt indelen:

1) Het genuttigde voedingsmiddel geeft geen reactie. Het wordt dus
normaal verdragen.

2a) Het voedingsmiddel geeft een snelle reactie. Indien het waargenomen wordt binnen twee uur kan nagegaan worden of het klachtenpatroon opgewekt kan worden via sublingquale provocatietest. Via deze methode wordt gewrichtsklachten
patroon opgeroepen met 1 à 2 druppels van het voedingsextract. Het gewrichtsklachtenpatroon gaat weg bij het toedienen van de juiste verdunning van dit extract onder de tong. Vaak is het een miljoenste- of een miljardste verdunning van het oorspronkelijke extract. Soms moet het voedingsextract nog meer verdund worden alvorens de druppel het klachtenpatroon doet wegebben.

2b) Het reactiepatroon ontstaat na twee tot acht uur. Dit zijn reactiepatronen die bemiddeld worden door het afweersysteem en kunnen met medicijnen goed voorkomen worden.

2c) Het reactiepatroon onstaat na 12 tot 20 uur. Hierbij ontstaat het gewraakte stofje (molecuul) nadat het voedingsmiddel verder in de stofwisseling is opgenomen. Hiervoor is over het algemeen doch zeker voor reumatoïde arthritis geen medicijn voorhanden.

3) Het voedingsmiddel moet gedurende twee tot drie aaneensluitende dagen worden genuttigd alvorens het een klachtenpatroon geeft.

4) Het voedingsmiddel kan twee of drie weken dagelijks gegeten worden alvorens de klachten ontstaan.

5) De verscholen voedingsintolerantie (ontdekt door Renkel).
Het voedingsmiddel kikkert je op maar het moet op den duur steeds vaker gegeten worden om fit te blijven. Wanneer het abrupt gestaakt wordt geeft het ontwenningsverschijnselen.

6) Indien een voedingsmiddel dat niet verdragen wordt gecombineerd wordt met een voedingsmiddel dat wel verdragen wordt ontstaan er geen klachten. dit gebeurt vaak in combinatie met sojaproducten of producten die veel vitamine C of calcium bevatten.

7) Indien twee of meer voedingsmiddelen apart wel verdragen worden, maar wanneer gecombineerd klaargemaakt en gegeten worden ontstaat er een klachtenpatroon.

Reactie 2) komt het meeste voor, gevolgd door 3). Reactiepatroon 5) komt regelmatig voor, 6) en 7) vrij zeldzaam.

RESULTATEN

Met een resultaat wordt bedoeld dat de patiënt herkent welk voedingsmiddel of chemisch stofje het klachtenpatroon doet opflakkeren. Indien het basisdieet gevolgd wordt, bedraagt het resultaat 30%. Indien een vastenperiode op bronwater in de kliniek gevolgd wordt bedraagt het
75% à 80%.

KLACHTENVEROORZAKENDE VOEDINGSMIDDELEN

Uit een onderzoekje gedaan door J. van Duynhoven en J. Frantzen naar de voedingsmiddelen die het meest klachten veroorzaken bij het volgen van een klinische voedingsanalyse in het Willem Alexander Ziekenhuis te Den Bosch (30), komt het naar voren:

- vis geeft in het algemeen minder vaak klachten dan vlees
- uitheems fruit geeft minder vaak klachten dan inlands fruit
- roggebrood geeft minder vaak klachten dan bruinbrood
- melk geeft minder vaak klachten dan melkproducten zoals yohurt en Hollandse kaas
- bladgroenten (spinazie, andijvie, sla) geven minder vaak klachten dan koolsoorten (zuurkool, rodekool, bloemkool)
- voedingsmiddelen die doorgaans weinig in het Nederlandse dagmenu voorkomen geven minder vaak klachten dan voedingsmiddelen die regelmatig gebruikt worden.

Het Bircher Bennerdieet, de zienswijze van de natuurgeneeskunde, het macrobiologische dieet,
het Dong-dieet en het zuur-base-evenwichtdieet worden in de voedingsanalyse als basis-dieet beschouwd.
Indien één van deze diëten tot een klachtenvermindering leidt dan moet alsnog nagegaan worden welke van de gemeden voedingsmiddelen het klachtenpatroon doet ontstaan c.q. doet toenemen.

ENKELE VOORBEELDEN

Patiënt A : een jongeman van 22 jaar heeft gewrichtsontstekingen van meerdere vingergewrichten, de polsen, ellebogen en knieën. Het laboratoriumonderzoek toont behoudens een lichte bezinking verhoging tot 25 mm. geen afwijkingen. De reumaserologie is negatief. Hij deelt mee dat hij een normaal eetpatroon heeft. Bij nadere navraag wat hij ermee bedoelt, blijkt dat hij de gewoonte heeft om acht eieren per dag te eten. Met het terugbrengen tot het gebruik van 2 à 3 eieren per week verdwijnen de gewrichtsontstekingen.

Patiënt B : een jongeman van 32 jaar komt op de poli met gewrichtsontstekingen van meerdere gewrichten ondanks het feit dat 12,5 mg. Prednison wordt gebruikt, alsmede Indocid. Het wordt beschreven als een seronegatieve reumatoïde arthritis. Met het gebruik van het soja-basisdieet verdwijnen de gewrichtsontstekingen na twee weken en kan de Prednison en Indocid medicatie gestaakt worden. Bij het uittesten van de voedingsmiddelen blijkt alleen het gebruik van eieren de gewrichtsontstekingen te doen ontstaan. Een ei is voldoende om het klachtenpatroon op te wekken. Bij het gebruik van een schijfje ei is het reactiepatroon al minder duidelijk.

Patiënte C : heeft een reumatoïde arthritis sinds tien jaar. Het heeft reeds geleid tot misvormde vingers en bewegingsbeperking van de ellebogen. Kelatin en goud hebben geen invloed gehad op haar reumalijden. De pijnstillers hebben slechts deels invloed op de pijnen. Patiënte is met een klinische voedingsanalyse middels een vastenperiode op bronwater nagenoeg klachtenvrij. De Prednison medicatie 5 mg. dd. dat enige invloed had op het klachtenpatroon en de pijnstiller Voltaren kunnen gestaakt worden. Er blijkt echter een uitgebreide voedingsintolerantie aanwezig te zijn. De meest venijnige reactie ontstaat bij het gebruik van eieren en wel binnen een half uur. Om de graad van het zintuigelijk reageren na te gaan wordt de patiënte geprovoceerd met de sublingquale neutralisatie druppeltest. De verdunning  die haar gewrichtsklachtenpatroon opheft is de 22e decimale verdunning van ei. Dit pijnklachtenpatroon breekt door het gebruik van de pijnstiller Voltaren heen. De langzame reactiepatronen blijken tot rust gebracht te kunnen worden middels het gebruik van Imuran 50 mg. 2 dd. Naast dit middel, het dagelijks gebruik van 2 druppels ei D22 wordt een eliminatie dieet gevolgd waarbij alleen het gebruik van ei strikt wordt gemeden. Met dit beleid daalt de bezinking van 58 nar 30 mm. Patiënte voelt zich nu prima.

Patiënte D (is helemaal een probleemgeval) een vrouw van 30 jaar heeft reumatoïde arthritis seropositief (ara klasse 2) sinds een half jaar. Indocid geeft maagpijn en Froben geeft hoofdpijn. Ze wil derhalve geen medijcijnen gebruiken. Ze is op de vierde dag van de vastenperiode op bronwater nagenoeg klachtenvrij. De restpijnen blijken veroorzaakt te worden door sporenelementen aanwezig in tafelzout (fysiologisch zout) waarbij het zenuwstelsel bijgesteld kan worden met de neutralisatiedosis D20 van fysiologisch zout. Ook bij haar blijkt een zeer uitgebreide voedingsintolerantie aanwezig te zijn waarbij de meeste voedingsmiddelen een neutralisatiedosis blijken te hebben van D10 tot D16. Patiënte blijkt ook op leidingwater te reageren. Het leidingwater wordt gezuiverd middels een waterzuiveringsapparaat. Zij kan dit gezuiverd water goed verdragen. Thuisgekomen neemt de reumatoïde arthritis activiteit in ernst weer toe.
De toename van de reumatoïde arthritis tijdens het verblijf thuis vormde een indicatie om haar te testen met luchtmonsters van het huis. De luchtmonsters genomen vanuit de keuken, woonkamer, badkamer, slaapkamer en het luchtmonster vanuit de klas waar zij les geeft, geven bij provocatie via de sublinquale provocatie neutralisatie methode pijn in de nek en schouderstreek, toename van de gewrichtspijn en zwelling van het middelgewrichtje van de rechter wijsvinger. Ze blijkt te reageren op formaline. De neutralisatiedosis bedraagt D10 van de maximale aanvaardbare concentratie van formaldehyde (spaanplaatgas) in de lucht. Patiënte reageert derhalve op mineralen, chemicaliën en derhalve ook op voedingsmiddelen.

DIEETTROUW

Als u eenmaal aan het eliminatiedieet bent begonnen en het slaat aan, en u kunt hiermee een redelijk voedingsschema samenstellen, dan is het voor u van belang dat u zich ook houdt aan dat dieet. Om deze dieettrouw op te brengen is het ook noodzakelijk dat u omgeving (partner, kinderen, ouders, vrienden en kennissen) u daarbij steunen. Zoals in het voorgaande al gezegd ze hoeven het niet te geloven maar laat ze het dan maar zien. Eet maar een keer iets waar u van weet dat u er in korte tijd op reageert zodat ze kunnen zien dat het geen flauwe kul is. (Pas wel op voor te hevige reacties) zodat u zichzelf op dat moment niet in een onoverkomelijke situatie brengt).

Dieettrouw is moeilijk, zeker als u voor uzelf en anderen die geen dieet houden moet koken, maar ook als u voor diegene moet koken die dieet houdt terwijl uzelf en anderen dat niet hoeven. Altijd moet er gekeken worden wat kan gezamenlijk gekookt worden en wat moet apart en kijk uit met die vork die mag daar niet in want die heeft al in iets gezeten waar hij/zij niet tegen kan e.d. Ook moet er gelet worden op wat anderen eten, kan hij/zij, die het dieet houdt, wel tegen de geur van wat de anderen eten (bijv. kaas is vaak een probleem). U ziet het geeft van alle kanten problemen, maar het resultaat van een dieettrouw kan ook enorme bevrediging geven. Ga maar na als de patiënt veel minder klachten heeft wordt de dagelijkse omgang prettiger, en kan er meer met elkaar gedaan worden (zoals een dagje uit e.d.).