drtisscher.org















































































































































































Hieronder wordt beschreven hoe de wetenschap zich langzaam ontwikkelt van het aanvankelijk alleen beschrijven van de klachten of ziekten naar het meer wetenschappelijk bewijs. Wat voor biochemische en immunologische veranderingen ontstaan in het lichaam bij het gebruik van gewraakte voedingsmiddelen. Voorts dat sommige mensen zo gevoelig zijn dat een miljardste deel of nog minder van hetgene wat niet verdragen wordt nog door het zenuwstelsel herkend wordt en reageert met een klachtenpatroon. Voorts dat ook rekening gehouden moet worden met gevoeligheid voor bacteriën, schimmels en chemische toevoegingen.

Er heersen nogal wat tegenstellingen over de invloed van een dieet op de reumatoïde arthritis (1). Laten we wandelend door de medische literatuur nagaan wat de reden hiervan is. Verschillende vormen van gewrichtsontstekingen, gewrichtspijnen en pijnen in het algemeen zijn in het verleden toegeschreven aan een voedingsallergie (overgevoeligheid/intolerantie). Solis Cohen (2) maakt in 1914 melding van 27 gevallen van een zogeheten angioneurale artrosis (vaat-, zenuw- en gewrichtsaandoening). Hierbij krijgen de personen aanvallen van gewrichtsontstekingen die afgewisseld worden door klachtenvrije perioden. Middels een voedingsanalyse blijkt het op een voedingsallergie te berusten. Het zou door de bank genomen verkeerd gediagnosteerd zijn als jicht of reuma.

Kahlmeter (3) beschrijft in een serie van 5.000 patiënten met reumatische aandoeningen
54 gevallen (1%), die hetzelfde beeld vertonen en noemt het "allergic rheumatism" (reuma veroorzaakt door allergie). Hench en Rosenberg (4) geven een nieuwe naam: "palindromic rheumatism" in hun beschrijvingen van 34 gevallen van acute aanvallen van gewrichtszwellingen en ontstekingen. Het gaat niet gepaard met koorts. Het is meestal aan een gewricht, soms aan meerdere gewrichten. Soms is alleen het bindweefsel rond de gewrichten gezwollen en pijnlijk.
Het blijkt eveneens op een voedingsallergie te berusten. Epstein (5) constateert bij hemzelf dat het palindroom reumabeeld veroorzaakt wordt door een overgevoeligheid ten opzichte van natriumnitraat: 5 miligram natriumnitraat veroorzaakte bij hem na 20 uur  gewrichtsontstekingen. Met deze voorbeelden uit de medische literatuur wordt uit de vergaarbak van ziektebeelden die gepaard gaan met onstekingen van meerdere gewrichten het palindroom reumatoïde arthritis beeld gevist. Vaughan (6) vermeld in 1943 dat 206 (20%) van 1.000 allergische patiënten, reumatische klachten hadden, doch dat alleen 27 (2,7%) een gewrichtsontsteking hadden die toegeschreven kon worden aan een voedingsallergie als een factor in het onstaan van reumatoïde arthritis en Turnbul (8,9) vermeldt een verdwijning van reumatoïde arthritis bij het mijden van bepaalde voedingsmiddelen. Zeller (10) wijst in 1949 op de overeenkomst tussen het natuurlijke ziekteverloop van de reumatoïde arthritis (R.A.) en de meest klassieke manifestatie van allergie, de astmatische bronchitis (A.B.) R.A. patiënten hebben twee- tot driemaal meer allergische problemen dan een vergelijkbare controlegroep.

Zowel R.A. als A.B. zijn chronische ziekten onderhevig aan opflikkeringen en een rustige periode. Zij kunnen spontaan verdwijnen gedurende meerdere jaren om plotseling weer de kop op te steken of er treedt een snelle verslechtering op. De blijvend beschadigde weefsels veroorzaken invaliditeit. Beide ziektebeelden blijven vaak stabiel of herstellen langzaam tot een compleet herstel. Geelzucht en zwangerschap verlichten vele R.A. en A.B. klachten. Deze invloed heeft geleid tot het ontdekken van de corticosteroïden.
Sommige R.A. patiënten blijken slecht te reageren op een eliminatiedieet (het weglaten van bepaalde voedingsmiddelen uit het voedingspatroon). Bij andere R.A. patiënten blijkt het houden van het eliminatiedieet ook de invloed van de weersomstandigheden weg te werken. De volgende klachten wijzen op een voedings-allergie/-overgevoeligheid/ onverdraagzaamheid.

- een amnese (ziektegeschiedenis) van een voeding die allergische klachten teweeg brengt bij de betreffende persoon
- de aanwezigheid van andere allergiën in de patiënt
- de aanwezigheid van allergiën in de familie
- de langdurige (chronische) duur van de gewrichtsklachten met tussenpozen van hernieuwde activiteit en rustige perioden
- de wetenschap dat voeding andere allergiën teweeg kan brengen, zoals maag-darmklachten, neus en luchtwegproblemen zoals astma en chronische neusverkoudheid
-  het verdwijnen van de klachten bij het afdoende mijden van voedingsmiddelen.
-  het onstaan van gewrichtsonsteking, pijn of stijfheid bij het eten van de gewraakte voedingsmiddelen, bij herhaling vastgesteld (punt 1 t/m 5 zijn redenen om met een eliminatiedieet te beginnen, punt 6 en 7 zijn aandachtspunten bij het uitzoeken van  voedingsallergiën)

Zussman (11) vermeldt in 1959 nog een huisstofinhallatie en pollenallergie, als  verantwoordelijk voor het onstaan van het R.A. beeld. Het is afdoende om een eliminatiedieet 2 à 3 weken aan te houden, daarna kan met de provocaties (het opzettelijk uitlokken van de klachten) gestart worden. Het klachtenpatroon van de gewrichtspijn en gewrichtszwelling ontstaat meestal binnen 4 uren en gaat eventueel enkele dagen aanhouden. Van de 5 personen die hij bestudeerd heeft hadden allen ook andere allergische klachten zoals seizoengebonden hooikoorts, allergische neusverkoudheid, migraine, allergische voorhoofdpijnen, allergisch oedeem(urticaria), allergie voor medicijnen, contactallergie of maag-darmallergiën.

Millman (12) houdt duidelijk rekening met de mogelijkheid dat kruis immuniteit/kruisgevoeligheid (lichaamseigen stoffen die zichzelf vernietigen) en niet een auto-immuniteit (zelfvernietiging) de wijze is waarop reuma ontstaat. Dit naar aanleiding van een veronderstelling van Osgood (13) en Hammerman (14). De veranderde bacteriedeeltjes, proteïnen en voedingsmiddelen fungeren als antistofjes die het afweersysteem van de mens prikkelen tot het maken van afweerlichaampjes. Het gaat een kruisreactie aan met je eigen eiwitten (mucoproteïnen, hyaluronzuur, chondroitinsulfaat van het synoviavocht of het synovium). Van de bacteriewand blijkt de mucopeptide, bestaande uit een ketting van schakeleenheden van N- acetyl-glucosamine en N-acetylmuraminezuur, gewrichtszwellingen en ontstekingen te kunnen veroorzaken. In hun (Osgood en Hammerman) theorie houden zij rekening met het inlassen van deze schakels in de stofwisselingstoornis van het zetmeeldeel van menselijk bindweefsel, de productie en vorming van het bindweefsel.

Als voorbeeld wordt de proef van Jones (15) aangehaald, waarbij een bepaald type bacterie (klebsiella pneumoniae) in de bloedcirculatie wordt gespoten. Het veroorzaakt bij de konijnen een gewrichtsontsteking waarbij de restanten van de betreffende extracten in de cellen van het gewrichtsslijmvlies terug gevonden worden. Naast de voedingsallergie vermeld Miller ook dat bij sommige personen gewrichtspijnen en gewrichtszwellingen onstaan bij het toedienen van bacterievaccinaties van bacteriën gekweekt uit de neus, keel, urine en ontlasting. Sommige personen waren dusdanig allergisch dat zelfs een verdunning van het bacterievaccin in de orde van grootte van d20 (dit wil zeggen een verdunning 1 op 100.000.000.000.000.000.000) gespoten in de huid nog algemene pijnen en gewrichtsonstekingen gaven. Het toedienen van de juiste verdunning direct in de huid geeft een afname van de gewrichtspijnen en gewrichtsonstekingen. Hij beschouwt het gewrichtsslijmvlies en het kraakbeen als schokorgaan, reden waarom hierdoor een gewrichtsontsteking ontstaat. Hij pleit om bij reumapatiënten naast de pijnstillers en de meer gerichte anti-reumatica zoals goud, een eliminatiedieet en een hyposensibilisatie (minder gevoelig maken / neutralisatie; bijstellen van het zenuwstelsel) met bacteriële vaccins toe te passen.

Norman Childers c.s. (16) geloven dat de meeste gewrichtsontstekingen, o.a. reumatoïde arthritis, veroorzaakt worden door het eten van leden van de nachtschadefamilie (zoals aardappels, tomaten, paprika enz.) De nachtschadefamilies bevatten solanine, wat een sterke invloed heeft op het zenuwstelsel. Het heeft daarnaast ook nog andere pharmacologische (medicijn) effecten. Het nachtschadefamilievrije dieet gaf een behoorlijk, doch met weinig maatstaven geboekstaafd succes in behandeling van R.A.-patiënten variënd van aanzienlijk herstel tot een totale genezing. Het resultaat was statisch vergelijkbaar met het resultaat van andere behandelingsmethoden van reumatoïde arthiritis zoals goud. Het is opvallend dat ook zij een groot belang hechten aan het mijden van geringe hoeveelheden / sporen van nachtschadefamilie verwerkt in sausjes en poeders. In enkele gevallen is het echter ook nodig dat andere voedingsmiddelen gemeden worden, zoals chocolade, sinaasappels en cocosnoten. Daar ook geringe hoeveelheden gemeden moeten worden, wijst het toch meer op een allergie dan vergiftiging door de nachtschadefamilie.
In 1979 verricht Skoldstam (18) een gecontroleerde studie van 10 dagen vasten op groenten en sappen. Vijf van de vijftien reumatoïde arthritispatiënten verbeterden. Het herstel trad op in de tweede helft van de vastenperiode, dus na de vijfde dag. Slechts 1 op de 10 controlepersonen herstelde in dezelfde periode. Het daarop volgende lacto-vegetarisch dieet (zuivel + plantaardig dieet) deed het bereikte herstel weer teniet.

Streud en Kroker (19, 19a) deden een analyse bij 38 reumapatiënten in een allergie- en chemisch-vriendelijke omgeving, de zogeheten ecologische afdeling in een ziekenhuis. Allen verbeterden. Van de voeding bleek 20% te reageren op granen, 16% op rundvlees, 5,5% op groenten, 3,2% op fruit. Indien de voedingsmiddelen bespoten waren veroorzaakte het een voedingsintolerantietoename met 50%. Voorts werd een provocatie met chemicaliën gedaan. Daarbij bleek dat 14 van de 19 reumatoïde arthritispatiënten, met gewrichtsklachten, op brandend gas reageerden; 16 van de 26 op formaldehyde-damp; 3 van de 15 op chloordamp; 5 van de 15 op insecticiden; 1 van de 4 op alchoholdamp en 4 van de 23 patiënten reageerden op een oplossing van tafelzout (fysiologisch zout).

Parke (20) beschrijft een seronegatieve (geen reumafactor in het bloed aanwezig) invaliderende reumatoïde arthritispatiënte bij wie alleen het gebruik van kaas de reden van het reumabeeld was. Het gebruik van kaas veroorzaakte een stijging van de bezinking en een immuuncomplexgehalte (geklonterde eiwitten waarin het voedingsmiddel verpakt is) in het serum.

Skoldstam (21) constateert dat het complementgehalte C3 (het aanvullende eiwitdeel voor afweerreacties) en het orosomucoid-gehalte (bepaalde soort eiwit in verhoogde mate aanwezig bij een ontsteking) tijdens de vastenperiode bij reumapatiënten duidelijker daalt dan bij de controlegroep.

Little (22) constateert bij reumapatiënten met een voedingsallergie dat het nuttigen van de gewraakte voedingsmiddelen een toename van de reumatoïde arthritis activiteit teweeg brengt na
1-4 uren, die 18 uur aanhoudt. In het plaatjesrijke plasma wordt een duidelijke daling van het serotonine (stof die onstekingen in activiteit doet toenemen) waargenomen na 75-105 minuten en na 225-315 minuten. Daarna onstond een kenmerkende stijging van het S.H.I.A.A. (afbraakproduct van serotonine) in de urine 195-255 minuten. Bij de controlegroep ontstond alleen en duidelijke daling van het serotinegehalte na 75 minuten en later niet meer. Het S.H.I.A.A. gehalte bleef constant normaal.

An Marie Uden vond dat bij het vasten op water tijdens de vierde of vijfde dag het klachtenpatroon bij de patiënt afnam ten aanzien van ochtendstijfheid, pijn en het aantal aangedane en gezwollen gewrichten. Ook zij vond een daling van de bezinking en niet in de controlegroep. Het bacteriedodend vermogen van de witte bloedlichaampjes bleek duidelijk toe te nemen tijdens de vastenperiode.

Panush (240 vergeleek het Dongdieet (visrijkdieet) 25, 26) met een placebodieet (volgens de arts niet werkend dieet, patiënt weet dit niet) gedurende 12 weken. 6 (29%) van de 15 op het placebodieet en 5 (32%) van de 11 op het Dongdieet herstelden volgens objectieve maatstaven (beide diëten bevatten echter weinig zuivel omdat zuivel de meest voorkomende voedingsallergie is).

Naar aanleiding hiervan schrijft M.Ziff (27) in een redactioneel commentaar, dat gezien de prostaglandines (stof die ontstekingen in activiteit doet toenemen) de onsteking van de gewrichten bemiddelen, en de onverzadigde vetzuren de voorlopers zijn van arachidonzuur (celwandvet wat door enzymen omgezet is), het beter is om het vetgehalte in het bloed te controleren om na te gaan of de patiënt zich wel goed aan het dieet houdt. Voorts is het beter om 3 diëten uit te testen:

Dieet 1.
Een eliminatiedieet waarbij onverzadigde vetzuren gemeden  worden, met als resultaat een afname van de prostaglandineproductie (waardoor vermindering of geheel stoppen van pijnstillers mogelijk is).

Dieet 2.
Een dieet rijk aan meervoudige onverzadige vetzuren, waardoor theoretisch een hoge productie van de prostaglandine-E plaats vindt hetgeen onstekingsremmende werking heeft.

Dieet 3.
Het Groenland-eskimo dieet, dat rijk is aan eicosapentaenzuur (bestanddeel van dierlijk vlees). Het geeft een productie van relatieve in-actieve prostaglandines met als resultaat een minder actief reumabeeld. Hierop wordt ingehaakt door Kremer (1) die het Groenland-eskimo dieet in een prospectief dubbelblind onderzoek bij 17 R.A.-patiënten vergelijkt met 20 R.A.controlepatiënten met een placebodieet en een placebosupplement van eicosapentaenzuur. Bij de vergelijking van beide groepen gaf de eerste groep alleen een duidelijk verschil in de duur van de ochtendstijfheid, het aantal pijnlijke gewrichten en het algemeen welbevinden en pijngraad gescoord door patiënt en arts. Het had geen effect op de hoogte van de bezinking.

Over de medicamenteuze behandelingsmogelijkheden van voedingsallergieën die gewrichtsontstekingen geven, waaronder reumatoïde arthritis, is zeer weinig geschreven. Het is wel bekend dat Nalcrom (cromoglycaat), mits vooraf gebruikt, gewrichtsonstekingen veroorzaakt door voedingsmiddelen, kan voorkomen (28), Crook (27) voortbordurend op de wetenschap bij allergologen dat een candida- (gist) allergie een uitgebreide voedings- en chemische intolerantie kan geven, bemerkte dat bepaalde R.A.-patiënten herstellen op het gebruik van een candida arm dieet in combinatie met een schimmelwerend middel (Nystatine).